Blog Image

Berichten uit Utopia

“Circusartiesten zijn haast halfgoden”

Circustheater Posted on 23 Sep, 2017 14:57:45

De evolutietheorie volgens Robert Lepage, regisseur van ‘Totem’ (Cirque du Soleil)

Tussen 1985 en 1998 was het de Belgisch-Italiaanse regisseur Franco Dragone die de unieke artistieke stijl en richting van Cirque du Soleil bepaalde. Toen hij vertrok, moest het Canadese gezelschap – inmiddels uitgegroeid tot een gigant – op zoek naar andere regisseurs om Dragones grote schoenen te vullen. Cirque kwam onder meer terecht bij de Canadese theater- en filmmaker, acteur en multimediatovenaar Robert Lepage, zelf inmiddels ook een gerenommeerde naam. Voor Cirque regisseerde hij het gigaspektakel ‘Kà’ in Las Vegas en de toerende tentvoorstelling ‘Totem’, die van 31 augustus tot 29 oktober te zien is onder le grand chapiteau bij Brussels Expo.

Het stond in de sterren geschreven dat Cirque du Soleil en Robert Lepage – een man met ontelbare theatervoorstellingen, opera’s, muziek- en multimedia spektakels en films achter zijn naam – ooit zouden samenwerken.

“Het kon niet anders. De stichters van Cirque en ikzelf zijn van dezelfde generatie, we komen beide uit hetzelfde deel van de wereld, en Cirque en ikzelf zijn op hetzelfde moment gestart met ons artistieke leven,” zegt Robert Lepage. “We zagen elkaar vaak en werkten met dezelfde artiesten. We zijn ook op hetzelfde moment rond de wereld beginnen toeren, zij de ene kant op en ik de andere (lacht). Dus ja, het moest er ooit eens van komen.”

Toen u het aanbod kreeg om eerst ‘Kà’ en daarna ‘Totem’ te bedenken en regisseren, nam u de kans dus met beide handen aan.

Robert Lepage: “Natuurlijk. Hun eerste aanbod was inderdaad dat voor een grote Las Vegas-show met alle toeters en bellen, terwijl ik eerder een kleinere tentvoorstelling voor ze wilde maken. Al is ‘kleiner’ bij Cirque uiteraard relatief, want elk van hun voorstellingen is altijd een enorme onderneming – hoewel de tentshows wel intiemer zijn. Maar zij zeiden: ‘Neenee, nu we je eens kunnen engageren, gaan we er meteen iets groots van maken. Dat werd dus ‘Kà’, in dat gigantische theater in Las Vegas. En ik vond het heel leuk en uitdagend om dat te maken. Daarna kwam het aanbod voor ‘Totem’, dat jullie nu in Brussel te zien krijgen: het soort voorstelling waar ik vanuit mijn vroeger werk meer vertrouwd mee was, op een schaal die ik meer verkies.”

‘Totem’ gaat over de evolutie van de mensheid en de drang om zich steeds verder te ontwikkelen, maar ook over de evolutie binnen elk individu. Hoe kwam u bij deze thema’s terecht voor deze voorstelling?

“Ik hoefde niet ver te zoeken. We hebben de show in 2010 gecreëerd en in 2009 was het precies 200 jaar geleden dat Charles Darwin, de grondlegger van de evolutietheorie, werd geboren. Die verjaardag veroorzaakte vooral in de VS een opstoot van creationisme en hevige reacties van mensen die niet in evolutie geloven. Ik was daar nogal verbijsterd over. Darwin heeft ongelofelijk werk verricht en zijn bevindingen zijn keer op keer beproefd en bewezen, en ik vroeg me af waarom sommige mensen toch de evolutietheorie blijven verwerpen. Niet dat ik mij met ‘Totem’ wou mengen in enige politieke of religieuze discussie, maar ik wou er wel mijn eigen visie op geven. De evolutietheorie stelt dat wij in het water zijn ontstaan, dat micro-organismen uitgroeiden tot vissen, amfibieën, kruipende beesten en uiteindelijk ook zoogdieren en mensen. Mensen met dromen en ambities, waarvan de grootste misschien wel is om te kunnen vliegen. Maar kijk ook naar hoe het menselijk lichaam op zich evolueert: van zaadcelletje, over foetus in de buik van je moeder, tot baby en uiteindelijk volwassene. Als mens ervaar je evolutie aan den lijve. Dat vond ik allemaal interessant materiaal voor een voorstelling.”

“Cirque staat er natuurlijk om bekend dat het als een van de eerste circusgezelschappen geen dieren in zijn voorstelling gebruikte, wat we nu als ‘normaal’ zijn gaan beschouwen. Ik vond het interessant om dieren terug te brengen in het circus, maar dan via het menselijk lichaam van acrobaten en artiesten die over de flexibiliteit, snelheid en kracht beschikken om die dieren gestalte te geven. Ik noem die artiesten ‘ultramensen’, omdat zij alles wat wij in het gewone leven kunnen en doen, overstijgen. Ook dat idee paste goed binnen het hele evolutieverhaal.”

De show had ‘Evolution’ kunnen heten, maar kreeg de naam ‘Totem’. Die is uiteraard niet toevallig gekozen.

“Zeker niet. De naam refereert in eerste instantie aan de First Nations (een term die verwijst naar de inheemse volkeren van Canada die niet tot de Inuit of Métis behoren, JD), maar een totem is – veel meer dan alleen maar een ‘paal’ – ook de ‘verzameling’ van alle levende wezens, dieren en mensen gelijk. En in elke mens schuilt een totem: een dier waarmee hij zich verwant voelt en dat zijn ambities en doelen verbeeldt. Zijn tocht van het water naar de lucht, als het ware.”

Welke totem bent u?

“Op dit moment in mijn leven ben ik nog altijd in de aapfase. Ik blijf speels en ben nog niet geëvolueerd naar een redelijke volwassene (lacht).

Welke artistieke en persoonlijke plaats nemen uw shows voor Cirque du Soleil in uw volledige werk tot nu toe in?

“Zowel mijn operaregies als mijn werk voor Cirque du Soleil hebben mij veel geleerd over hoe theater larger than life kan zijn en de realiteit ver kan overstijgen, net omdat de artiesten die in deze disciplines werken larger than life zijn. Ze zijn sneller dan wij, kunnen hoger springen dan wij… Zij overstijgen de realiteit van het fysieke zoals wij dat kennen, tot op een punt dat zij haast halfgoden worden. Dat vind ik ongelofelijk fascinerend. En als we het over halfgoden hebben, komen we bij de talloze mythologieën terecht. Mythes, en dan zeker de Scheppingsmythes van de verschillende volkeren, heb ik altijd fascinerend gevonden. Mijn opera’s en werk voor Cirque du Soleil hebben mij die universele mythes en verhalen, en hun betekenis beter doen begrijpen.”

Wat mij zowel in ‘Kà’ als ‘Totem’ raakt, is dat u binnen die grote spektakels de (kleine) emoties en menselijkheid niet uit het oog verliest. Dat lijkt mij niet gemakkelijk.

“Dat is het ook niet. Maar het is wel belangrijk, vind ik, dat je daar oog voor hebt in een context waarin zo veel nieuwe technologie en machinerie voorhanden zijn om je verhaal te vertellen. En dan merk je dat heel kleine, eenvoudige momenten – zoals het schaduwspel in ‘Kà’ met een klein lichtje achter een wit doek – bij het publiek een groot effect kunnen hebben. Ik beschouw die technologie, ook in ‘Totem’, gewoon als een verlengstuk van dat schaduwspel en ik speel ook graag met al die multimedia. Maar uiteindelijk is het niet zo verschillend van de vroege mensen die bij het vuur verhalen vertelden en met hun schaduwen hun vertellingen versterkten.”



Grootschalige ‘Porgy and Bess’ in Antwerpen

Opera Posted on 10 Feb, 2015 16:26:50


‘Soms
is het makkelijker je kop in het zand te steken’

Vanavond gaat in Antwerpen een reeks
opvoeringen van ‘Porgy and Bess’ van start. Deze Amerikaanse volksopera van
George Gershwin staat nog zelden op de affiche.

De
Amerikaanse componist George Gershwin was op het toppunt van zijn roem en zijn
kunnen, toen hij in 1937 – net geen 39 jaar oud – overleed aan een hersentumor.
Twee jaar eerder had hij de première meegemaakt van zijn volksopera ‘Porgy and
Bess’, die hem na aan het hart lag. Zo na, dat de erven Gershwin nu nog steeds
zware eisen stellen aan een opvoering van het stuk. Dat heeft als gevolg dat we
het verhaal van de arme kreupele zwarte bedelaar Porgy en zijn onmogelijke
liefde voor de drugsverslaafde Bess, door de omvangrijke bezetting en het grote
orkest in de bak, zelden te zien krijgen. Het New York Harlem Theatre is
momenteel bezig aan een Europese tournee, die ook halt houdt in de Antwerpse
Stadsschouwburg. Vanavond is daar de Belgische première.

‘Porgy and Bess’ is een echt
Amerikaans instituut. Slaat het stuk even erg aan in Europa als in de VS?

LEONARD ROWE
(Porgy): Natuurlijk, omdat het een universeel verhaal is. Elke gemeenschap,
elke cultuur kent liefde en dus ook jaloezie en haat. Als je dit verhaal
wegneemt uit Catfish Row, South Carolina en situeert in bijvoorbeeld Italië,
dan wordt het ‘Cavalleria Rusticana’. De fundamentele emoties zijn dezelfde.

Het frappeerde mij dat ‘Porgy and
Bess’ doorheen de jaren kreeg af te rekenen met de kritiek dat het racistische
elementen in zich draagt – in het taalgebruik of in de portrettering van
zwarten als agressieve armoezaaiers en druggebruikers.

DONITA VOLKWIJN
(Bess): We moeten in gedachten houden dat het stuk een bepaald tijdsbeeld
weergeeft. Ik denk dat élk stuk in de verkeerde handen op een parodie kan
uitdraaien, maar als ‘Porgy and Bess’ met respect wordt behandeld, is er niets
aan de hand. Dit verhaal zou kúnnen gebeurd zijn. Een sociaaleconomisch arme
gemeenschap, die te kampen heeft met geweld en drugs, heb je natuurlijk nog
altijd, en niet alleen in de VS.

ROWE: Ik héb
mijn grootvader trouwens dingen horen zeggen als ‘I’s going’ of ‘I’m goan’,
in plaats van ‘I’m going’. Het klinkt
natuurlijk voor deze personages, en dat zou ik niet racistisch noemen.

Gershwin heeft alle moeite gedaan om
een authentieke score te schrijven, maar ís die ook zo authentiek? Of is de
muziek geschreven vanuit een blanke visie op zwarte muziek?

VOLKWIJN:
Maar hoe authentiek is bijvoorbeeld ‘Madama Butterfly?’ Dat is een westerse
kijk op de Japanse cultuur. Ik denk dat uit de partituur duidelijk de grote liefde
van Gershwin blijkt voor de zwarte gemeenschap die hij wilde portretteren.

ROWE: Toen ik
voor het eerst enkele spirituals uit ‘Porgy and Bess’ hoorde, dacht ik dat ze gebaseerd
waren op echte negrospirituals, maar Gershwin heeft ze helemaal zelf verzonnen!
Hij is naar de zwarte kerkdiensten in South Carolina geweest; hij heeft er een
tijdje doorgebracht bij de arme zwarte bevolking, zodat het realistisch zou
zijn, en niet zoals hij dacht dat de muziek moest klinken.

Is deze opera ook belangrijk geweest
voor de emancipatie van zwarte artiesten?

ROWE: Ík heb
er alleszins alles aan te danken. Als een zwarte zanger is het moeilijk om het
standaardoperarepertoire te mogen zingen. Maar ik kan op verschillende plaatsen
optreden en waardering krijgen als artiest dankzij dit stuk. ‘Porgy and Bess’
maakt 50% van mijn bezigheden uit, en de andere helft kan ik doen omdat iemand
mij in ‘Porgy and Bess’ heeft bezig gezien.

VOLKWIJN: Het
kan ook een valkuil zijn, hoor. Het gevaar van typecasting loert om de hoek,
maar anderzijds zijn er ook mensen die hun hele carrière de ‘Koningin van de
Nacht’ vertolken. Niet dat ik mij nu ‘gevangen’ voel in deze tournee, omdat we
de kans krijgen om onze rollen voortdurend uit te diepen.

Hebt u na al deze voorstellingen al
door wie Bess is? Want ze doet toch behoorlijk irrationele, tegenstrijdige
dingen.

VOLKWIJN: Ik
denk dat ze helemaal niet zo moeilijk te begrijpen is. Vrouwen die op de één of
andere manier zijn mishandeld, zullen Bess heel goed herkennen. Ze leeft niet
echt, ze overleeft. Als ze zingt: ‘Some
men always wanna take care of Bess
’, weet ze heel goed hoe ze de omstandigheden
moet manipuleren. Maar met Porgy is het anders. Voor het eerst in haar leven ontmoet
ze iemand die niets van haar wil. Daarom is het zo hartverscheurend dat, als ze
bijna klaar is voor een nieuw leven met Porgy, alles toch weer in elkaar
stuikt.

ROWE: Noch
Porgy, noch het publiek weet of Bess Porgy nu gebruikt of niet. Tot aan het
einde van het eerste bedrijf, als Porgy tegen Bess zegt dat ze naar de
picknick van de wijk moet gaan. Hij kan door zijn handicap niet mee, maar Bess
moet gaan, want ‘I want you to be happy’.
En zij antwoordt: ‘Yes, Porgy, I know’.
Dán besef je dat zij meer is dan die berekende vrouw die zich aan iedereen
geeft. Ik krijg elke keer weer kippenvel bij die scène, omdat het hele motief
en de moraal van het verhaal in die ene zin liggen: ‘I want you to be happy’.

Ik was ontroerd door Porgy’s
naïviteit, ten opzichte van zijn eigen leven, het lot, zijn geloof in een
betere toekomst. Het is bijna… kinderlijk.

ROWE: Dat is
het ook, maar als hij zou beginnen nadenken over zijn harde, bijna uitzichtloze
leven als een arme zwarte bedelaar in Amerika of over zijn verloren liefde, dan
zou hij zichzelf van een brug storten. Hij kan het zich niet veroorloven om de
waarheid te zien. We hebben allemaal een beetje van Porgy in ons. We zijn allemaal
mensen kwijtgeraakt van wie we hielden, en soms is het makkelijker om je kop in
het zand te steken, dan de werkelijkheid onder ogen te zien.


Zangers
doen rijke partituur eer aan

The New York
Harlem Theatre brengt een erg traditionele, naturalistische enscenering van
‘Porgy and Bess’. De grote cast is imposant in de koorstukken, maar de
acteursregie slaagt er niet altijd in om het individuele potentieel naar boven
te halen. Regisseur Baayork Lee houdt duidelijk van een vleugje pathos op zijn
tijd, en dat staat het overbrengen van authentieke emoties te vaak in de weg.
Andere scènes slagen daar, vooral door de klasse van de hoofdvertolkers, wél
in. De indringende stemmen en de authentieke koorstukken zijn dan ook de
troefkaart van deze voorstelling, samen met de rijke partituur van Gershwin,
die door het grote orkest van alle nodige nuances wordt voorzien. Samen met het
feit dat je weinig kansen krijgt om de opera op deze schaal te zien, maakt dat van
‘Porgy and Bess’ toch een aanrader.

Beoordeling: **1/2

Gezien: 4 mei 2008 in Theater Carré,
Amsterdam

(Dit artikel verscheen op 12 mei 2008 in ‘De Standaard’).



Verbluffende ‘Master Class’ met La Divina Pia Douwes

Theater Posted on 14 May, 2014 11:01:13

Met ‘Master Class’ componeerde de Amerikaanse
toneelauteur Terence McNally een razend knappe partituur waarin hij zijn
hoofdpersonage, de legendarische sopraan Maria Callas, en de toeschouwer een
razende rit op een rollercoaster van emoties laat ondergaan. Van adagio tot agitato, van allegro tot affettuoso, van het laagste tot het
hoogste register. Het uitvoeren van die rijke maar complexe partituur vraagt om
een grote beheersing, bezieling en inleving van de actrice die het erop waagt La
Callas gestalte te geven, maar ook van de nevenacteurs: de drie studenten die
de unieke kans grijpen om een masterclass te krijgen van ‘La Divina’.

De nieuwe
Nederlandse productie van 3 and a Crowd – voortreffelijk vertaald door
producent Allard Blom – brengt een cast samen die ‘Master Class’ niet alleen met
die vereiste beheersing en bezieling speelt, maar het stuk zelfs op een nog
hoger plan tilt.

Het cv van
Pia Douwes, voornamelijk opgebouwd in het muziektheater, oogde al
indrukwekkend, maar haar vertolking van Maria Callas – die beroemde en beruchte
operadiva, die om haar onzekerheid, frustraties en ongelukkige liefdesleven te
maskeren, een keihard pantser rond zich heeft optrok – is verbluffend. Zelfs als je met een
vergrootglas op zoek gaat, vind je geen enkel vlekje op haar interpretatie. Als
zij in haar laatste monoloog verhaalt over haar ongelukkige relatie met de
steenrijke Griekse scheepsmagnaat Aristotel Onassis, die haar zelfs tot een
abortus dwingt, valt Douwes’ schreeuw van verdriet samen met Callas’ werkelijke
uithaal in een aria uit Verdi’s ‘Macbeth’. Het resultaat is verpletterend. De
culminatie van een heel zorgvuldige en waarachtige opbouw van het
toneelpersonage Callas door Pia Douwes en regisseur Frank Van Laecke.

Pia Douwes
behoudt het hele stuk door haar evenwicht op het slappe koord, en combineert
een doorleefde oprechtheid met een nauwgezette tekstzegging. Wie de zangeres
Pia Douwes aan het werk wil horen, komt er bekaaid van af, met uitzondering van
enkele gebroken noten, afkomstig van de uitgezongen stem van Callas. En toch
snijden ze door merg en been.

Het is te gemakkelijk
om ‘Master Class’ te beschouwen als een reeks monologen van Callas, met de drie
studenten enkel als aangever. Maar zo is het stuk niet opgevat, en één van de
kwaliteiten van deze productie is dan ook dat de jonge zangers niet worden weggeblazen
door de orkaan Callas. Zij zijn in deze voorstelling de waardevolle katalysatoren,
die Callas’ herinneringen en gevoelens triggeren, tegen wie ze tekeer kan gaan,
die ze kan bewonderen of verachten, aanmoedigen of vernederen.

Babette
Holtman als Sophie krijgt de wind van voren, omdat ze geen eigen
persoonlijkheid en imago heeft, en de foute kleren draagt. Holtman speelt haar
met een ontroerende kwetsbaarheid. Sharon (Maartje Rammeloo) laat zich eerst
overdonderen door Callas’ onversneden kritiek, maar biedt uiteindelijk stevig
weerwerk en legt alle pijnlijke zenuwen bloot: dat Callas door haar onbeheerst
zingen op haar 48e al klinkt als een verkouden kraai, dat ze jaloers
is op jonge, getalenteerde zangers, en alleen nog een vat vol frustraties is.
Rammeloo speelt het met veel aplomb, en gooit er nog een vlekkeloos gezongen,
aartsmoeilijke aria bovenop. Michiel van Lieshout is de zelfverzekerde Tony,
die geen zanger wil worden maar een ster, die Callas tot tranen toe beroert met
zijn aria – zij, die niks heeft met tenoren – en die zij niets meer kan leren.
Van Lieshout is misschien de mindere acteur van de drie en moet duidelijk op de
tippen van zijn tenen gaan staan, maar wat een stem!

‘Master
Class’ is een les in theater maken, zonder overbodige franjes of pathetiek, met
een hoofdrolspeelster die in deze voorstelling een nieuw hoogtepunt in haar
carrière neerzet.

‘Master Class’ van 3 and a Crowd: 10/10

Met Pia Douwes, Babette Holtman, Maartje Rammeloo,
Michiel van Lieshout, Kees van Zantwijk en Rudy Hellewegen.

Regie: Frank Van Laecke

(Eerder gepubliceerd op 3 maart 2011 op www.musical-info.nl)

(Eigen foto’s)



Spektakelmusical ‘14-18’ belooft ongeziene theaterervaring

Musical Posted on 14 Apr, 2014 14:31:45

De Nekkerhal in Mechelen is in
enkele maanden omgevormd tot een megatheater, met een speelvlak van twee
voetbalvelden groot, een rijdende tribune en zelfstandig bewegende
decorstukken. De Studio 100-spektakelmusical ‘14-18’ wordt groots, maar zal hij
ook het publiek kunnen raken?

Ik heb in
het theater al weleens op een bewegende tribune gezeten, toen met zowat honderd
zitjes, aangedreven door de pure spierkracht van drie potige technici. Maar dat
valt niet te vergelijken met wat ik in de reusachtige Nekkerhal in Mechelen
aantref, tijdens een cruciale week met ‘stop & go’-repetities van de
spektaktelmusical ‘14-18’, een productie van Studio 100 over de Eerste
Wereldoorlog, die op 20 april in wereldpremière gaat.

“Het is
als het leggen van een gigantische puzzel: alle elementen komen nu bijeen:
decor- en kostuumwissels, paarden en speciale effecten, de rijdende tribune”,
zegt regisseur Frank Van Laecke, die net met de step komt aangereden. Een
activiteit die je hier wel meer ziet bij crewleden en acteurs, want er zijn
voortdurend gigantische afstanden af te leggen in dit complex van 300 meter
lang en 60 meter breed, dat volledig wordt gebruik.

Ongeziene technologie

Die rijdende
tribune is een technologisch kunststuk. 135 ton zwaar, met tweeduizend
zitplaatsen, kan het gevaarte autonoom, aangedreven door veertig motoren en
zonder dat het door rails op zijn plek wordt gehouden, een afstand van 150
meter door het gigantische speelvlak afleggen. “Als de tribune ook maar iets
van haar geprogrammeerde koers afwijkt, corrigeert ze zichzelf. Het is de
allereerste keer dat zoiets wordt gedaan”, zegt decorontwerper en art director
Stefaan Haudenhuyse. Hij en zijn collega’s kregen de opdracht om de grote
ambities van producent Gert Verhulst met ‘14-18’ te vertalen in een werkbaar
concept.

En als
het nu nog alleen maar die tribune was. Na twee jaar plannen, cijferen en
experimenteren kwam men bovendien op de proppen met negen
decortorens, die ook al autonoom kunnen bewegen, dankzij een sierlijk samenspel
tussen gemotoriseerde wagentjes en sensoren – op de torens en in de zaal – die
de stukken hun vooraf vastgelegde routes laten volgen. “Het kleinste stuk weegt
2,5 ton; de twee grootste torens zijn acht meter hoog en wegen 5 ton”, zegt
Haudenhuyse. “De scenografie is op zich bewonderenswaardig, en al het technisch
vernuft is gericht op het teweegbrengen van emoties. Vergelijk het maar met een
‘pano’ in een film, waarbij de tribune en de mensen erop de filmcamera zijn.”

Emoties op grote schaal

De
vergelijking met cinema duikt ook op als ik het met Frank Van Laecke over de artistieke opzet van ‘14-18’ heb. “De acteurs en figuranten spelen in een soort
film die zich elke voorstelling weer live voor de ogen van het publiek ontrolt.
De Grote Oorlog is een episch verhaal, een verhaal dat je op verschillende
manieren en schaalgroottes kunt vertellen. Wij kozen resoluut voor een
‘spektakelmusical’. Met ‘Daens’, enkele jaren geleden in het oude postgebouw
van Antwerpen, hebben we gemerkt welke impact zo’n grootse voorstelling op
mensen kan hebben, ook zij die niet vaak naar een musical gaan of een theater
binnenstappen.”

Ondanks
alle machinerie is de grootste uitdaging allicht hoe je emotionele
betrokkenheid en ‘intimiteit’ creëert. “Er is inderdaad een grote fysieke
afstand tussen het publiek en de acteurs. Maar je zoekt naar andere manieren om
het publiek mee te slepen”, zegt Frank Van Laecke. “De muziek van Dirk Brossé
bijvoorbeeld vervangt de ‘close-up’; hij slaagt erin om vaak met één akkoord
tot de ziel van de personages door te dringen.”

Blijft
ook nog de vraag of iets als de Eerste Wereldoorlog zich wel leent voor een musical.
Hoewel duidelijk commercieel van opzet, wilden de makers – met naast regisseur
en scenarist Frank Van Laecke en componist Dirk Brossé, nog coscenarist en
songschrijver Allard Blom – ook een artistiek integere voorstelling maken. “Waarom
zou het niet kunnen?”, zegt Van Laecke. “Met de juiste en eerlijke insteek leent
vrijwel alles zich tot een voorstelling. We hebben de oorlog heel tastbaar en
persoonlijk gemaakt. De personages zijn mensen met wie we ons kunnen
identificeren. Veelal jonge mensen met dromen en verwachtingen, die
geconfronteerd worden met een oorlog, waarvan de meesten denken dat die na
veertien dagen voorbij zal zijn. Wat doet dit met hun onderlinge band en hun
verwachtingen, hoe voelen de achterblijvers zich? Nu, dit is geen voorstelling
die alleen maar drijft op pijn en leed, want uiteindelijk gaat ‘14-18’ ook over
de weerbaarheid van de mens. Uit verbrande grond ontstaat toch altijd weer iets
vruchtbaars.”

‘14-18’,
waarmee een productiekost van ongeveer 10 miljoen euro is gemoeid, heeft
anderhalve week voor de wereldpremière al 112.000 kaartjes verkocht. De
kanonnen zullen nog wel even blijven bulderen in de Nekkerhal.

De spektakelmusical ‘14-18’ van
Studio 100 gaat op 20 april in première en speelt de komende maanden, zonder
einddatum, van woensdag tot en met zondag in de Nekkerhal in Mechelen.

www.1418.nu

(Dit artikel verscheen op 11 april 2014 in ‘De Standaard‘.)

Foto’s open repetitie ’14-18′ © Studio 100



‘Pauline en Paulette’: puur, integer en warm muziektheater

Musical Posted on 04 Feb, 2014 10:41:06

Judas
Theaterproducties heeft nog maar zelden ontgoocheld. Ook ‘Pauline en Paulette’
is een voltreffer. De theaterversie verrijkt het verhaal op eigen kracht, en
heeft een uitgelezen cast die hun personages helemaal meester zijn.

‘Pauline en Paulette’ van Judas Theaterproducties is niet
zomaar een doorslagje van de film uit 2001, waarmee Lieven Debrauwer
Plateauprijzen en de publieksprijs in Cannes won. Schrijvers Frank Van Laecke
en Allard Blom hebben het verhaal tegelijk uitgekleed en verrijkt. De
personages, en dan vooral hun onderlinge relaties, hebben nog meer diepgang, onder
meer door de onopdringerige flashbacks, die veel duidelijk maken over hoe de
zussen op rijpere leeftijd met elkaar omgaan. Maar vooral het idee om de
overleden zus Martha als personage en commentator op te voeren, blijkt een
gouden vondst.

Deze ‘Pauline en Paulette’ gaat even goed over Paulette
en Cecile, en hun zelfzuchtige dromen die slechts in een vale vorm zijn uitgekomen,
als over hun zus Pauline, die een kinderlijke, onbevangen geest meedraagt in
een ouder geworden lichaam. En over Martha, de meest onbaatzuchtige van de drie
‘normale’ zussen, die zich over Pauline ontfermde en haar geluk haalde uit de
lichtjes in haar blik. “Door haar ogen barst de wereld nog van kleur”, zingt ze
oorstrelend mooi in een van die pakkende ‘chansonminiatuurtjes’ die Dirk Brossé
voor deze musical componeerde.

Mooie personages,
sterke acteurs

Het eenvoudige decor, gedomineerd door schapenwolkjes en
de voor Pauline oh zo belangrijke ‘bloemekes’, en de pure, ongekunstelde regie
van Frank Van Laecke laten alle ruimte voor de acteurs, die hun personages
helemaal meester zijn. An Vanderstighelen als Martha bijvoorbeeld, die zowel in
spel als zang helemaal in het juiste register zit. Ook Marilou Mermans als
Cecile is erg geloofwaardig als Cecile, die denkt dat ze ’t allemaal voor
elkaar heeft maar een sluier van ontgoocheling over haar gezicht draagt.

Erna Palsterman (Pauline) en Liliane Dorekens (Paulette)
kennen de klappen van de zweep. In Theater Arena stonden zij indertijd mee aan
de wieg van musical in Vlaanderen. Dorekens’ evolueert van een ogenschijnlijke
ongenaakbare vrouw tot een eenzaam hoopje ellende, op zo’n manier dat het niemand
onberoerd laat. Voor Palsterman betekent dit een comeback na een jarenlange afwezigheid van
het podium. Met een opmerkelijk inlevingsvermogen, en zonder opzichtige trucjes,
ís zij dik anderhalf uur de de onbevangen, vrolijke ‘kleuter’.

Zij worden ondersteund door Charline Catrysse en Dirk Van
Vaerenbergh in verschillende rollen. Hier vervullen zij geen ondankbare taak;
zij zijn de kers op de toch al heerlijke taart.

‘Pauline en
Paulette’ van Judas Theaterproducties toert tot en met 8 april 2014 door
Vlaanderen, en is vanaf 9 april opnieuw te zien in de Rode Zaal van het
Fakkeltheater, Antwerpen | Info en speellijst: www.judastheaterproducties.be

(Deze recensie verscheen op 3 februari 2014 in De Standaard)

Foto’s: Luk Monsaert



Open repetitie ‘Pauline & Paulette’ (Judas Theaterproducties)

Musical Posted on 09 Jan, 2014 12:44:27

‘Pauline & Paulette’ kwamen eerst tot leven op het witte doek, door de hand en het hart van Lieven Debrauwer. Judas Theaterproducties brengt er nu een muziektheaterversie van, een ‘muzikale praline’, zoals regisseur en scenarist Frank Van Laecke het noemt.
Onderstaande foto’s geven een beeld van de open repetitie in de Zwarte Zaal van het Fakkeltheater in Antwerpen.
‘Pauline & Paulette’ is vanaf 26 januari 2014 te zien in de Rode Zaal van het Fakkeltheater, en trekt daarna langs een dertigtal Vlaamse theaters. In het najaar van 2014 volgt ook een Nederlandse versie.
Judas Theaterproducties

Foto’s: Johan Depaepe



Next »